Spek, hesp, varkensgehakt,
... Je hebt dit waarschijnlijk al eens gegeten. Het is
allemaal varkensvlees!
Varkens vroeger:
Nu hebben veel kinderen nog nooit een varken
gezien. Dit komt omdat weinig mensen nog varkens hebben.
Vroeger was dit anders, bijna elk gezin had toen een paar
varkens. Ze gaven het dier elke dag veel voedsel, zodat
het na een tijdje 'vet' genoeg was om te slachten.
Dit is nu heel anders. Varkens zitten nu met
duizenden bij elkaar in een stal.
NU: Je hebt maar enkele bedrijven met 1000den
varkens.
VROEGER: Toen had je heel veel boerderijen met
maar enkele varkens.
Dat is het verschil met
vroeger.
Het varken is familie van
het wilde zwijn.
Kijk eens naar de foto hiernaast van het wilde
zwijn, en kijk naar een foto van een varken. Wat zie
je?
Juist, ze lijken heel veel op
elkaar!
Kijk maar eens naar de snuit: ze hebben beide
een spitse snuit met 2 gaatjes op het einde.
Maar wat is er nu anders aan het wilde zwijn?
Wel, het wilde zwijn heeft een veel dikkere vacht dan het
varken. Het zwijn heeft dat nodig wanneer het heel koud is.
Het varken heeft maar kleine haartjes.
Een wroetneus:
Je ziet vaak wilde zwijnen wroeten met hun
neus in de grond. Dit doen ze om voedsel te zoeken.
Als je het varken zou vrij laten, dan zou je
zien dat het zich gedraagt als een wild
zwijn.
Varkens praten met
elkaar:
Knor, knnooorr, knorrrr, ...
Varkens hebben 26 verschillende knor-geluiden.
Met het geknor laten ze horen hoe ze zich voelen vandaag. Maar
met het geknor kunnen ze ook boodschappen zeggen tegen de
andere varkens.
Er is een knor voor pijn, zich slecht voelen,
vrolijk zijn, ...
Als een varken een waarschuwingsgrom knort,
dan zwijgen alle varkens in die stal.
Familie varken:
Ook de varkens krijgen een naam:
Mama varken noemt men een
'zeug'.
Papa varken noemt men de 'beer'.
En de kindjes noemen
'biggen'.
ZEUG
BEER
BIG
Biggen:
Varkens zijn heel snel zenuwachtig. Als ze
ineens lawaai horen, beginnen ze heel hard te knorren en
lawaai te maken.
Als de moeders biggetjes krijgen, zet de boer
de zeugen dan ook in een groot ijzeren rek zodat ze niet op
haar kleintjes kan gaan liggen.
Varkenspest:
Een erge ziekte die bij de varkens kan
uitbreken is de varkenspest. Hier bestaat nog geen goed
medicijn voor. Daarom is het dikwijls dat alle varkens van een
boerderij worden afgemaakt als men er een dier in vindt die de
varkenspest heeft.
Dekstal
De zeugen liggen in de dekstal. Ook de beren
liggen hier. Meestal worden de zeugen kunstmatig bevrucht (dus
de beer en de zeug komen niet met elkaar in
contact).
Kraamstal
Wanneer een zeug bevrucht is, gaat ze na 4
maanden naar de kraamstal. In de kraamstal zullen de biggetjes
geboren worden.
Meestal worden er ongeveer 11
biggetjes geboren. Eerst drinken de biggen melk aan de tepels
van de moeder. Een zeug kan 2 keer per jaar drachtig (zwanger)
zijn.
Gespeende biggen:
Als de biggen 25 dagen oud zijn, hebben de
biggen geen melk meer nodig. Dan worden de biggen gespeend, ze
gaan dan naar een ruimte zonder moeder. De zeug gaat terug
naar de dekstal. Men noemt deze biggen gespeende biggen. Na 7
weken wegen de biggen ongeveer 25kg, dan gaan ze naar de
vleesvarkensstal.
De vleesvarkensstal:
In deze stal zitten de varkens samen met
groepjes van 7 à 10 varkens. Hier blijven de varkens ongeveer
4 maanden tot ze ongeveer 100kg wegen. Dan worden ze
meegenomen naar het slachthuis.