|
Ongeveer 12.000 jaar geleden waren
grote delen van Europa bedekt met sneeuw en ijs.
Het gebied dat we nu kennen als Nederland niet, maar het was wel heel
erg koud.
Het zag er hier uit als een toendra.
Er leefden alleen dieren die goed tegen de kou konden, zoals mammoeten.
Toen begon het klimaat op aarde te veranderen. Er kwam een einde aan de
ijstijd.
Gras en andere planten gingen groeien. En grote kuddes rendieren
zwierven rond.
De mensen die er toen woonden noemen we rendierjagers.
Die woonden niet op één plek, maar trokken met de rendieren mee.
Wapens en werktuigen maakten ze van vuursteen.
Van het rendier werd het vlees gegeten en van de huid maakten ze kleren
en tenten.
En van de botten en het gewei o.a. naalden, messen en vishaken.
Het klimaat werd nog warmer en er
begonnen steeds meer bomen te groeien.
Er leefden nu ook wilde zwijnen en elanden en oerrunderen. |