|
De middeleeuwse stad is een standenmaatschappij. |
||
|
Dat wil zeggen je hoort bij een bepaalde groep. De eerste stand bestaat uit de geestelijkheid, mensen die in kloosters wonen en in de kerk werken. Dat zijn bisschoppen, priesters, monniken en nonnen. De tweede stand is de adel. Dat zijn graven, hertogen en ridders. Die zijn de baas in een bepaald gebied. Ze wonen in kastelen. Bij de derde stand horen eerst alleen de boeren en later ook de poorters, mensen die in de steden wonen. Het zijn handelaren en ambachtslieden. Je hebt ook nog mensen die tot geen enkele stand behoren. Dat zijn de onvrijen of horigen. Ze moeten een stuk land van een landheer bewerken. filmpje over
Kooplieden in de middeleeuwen (2:26) |
![]() |
|